
Er zijn vele vormen van evenwicht, ook wel balans genoemd. Niet alle vormen zijn stabiel. Denk eens aan het balanceren van een bezem op je hand.
Als je het uiteinde van een bezem op je hand legt met de borstel hoog in de lucht dan kún je hem in evenwicht houden. Dit is leuk om te doen. Het lukt de meeste mensen best aardig, maar bij een verkeerde beweging, of een zuchtje wind raakt de bezem uit balans en valt hij om.
Er is ook een balanspunt te vinden in het midden van de bezemsteel. Ook leuk om uit te proberen. Je kunt je vinger steeds een beetje naar links of naar rechts bewegen totdat de bezem horizontaal in balans is. Dit voelt al veel beter en minder instabiel.
De laatste vorm is om de bezem op twee handen te leggen. Dit voelt het meest stabiel. Je kunt gewoon met de bezem wandelen op deze manier. Er moet heel veel gebeuren wil de bezem nu uit balans raken.
Jouw lijf is ook continue op zoek naar een balans. Dit wordt ook wel homeostase genoemd. Als er iets uit balans is probeert je lijf dit op te lossen door je hart sneller te laten kloppen, bepaalde stoffen aan te maken, of in de aanval te gaan met het immuunsysteem.
Mentaal kun je ook snel uit balans raken. Wanneer je snel boos, geïrriteerd, gefrustreerd of emotioneel wordt zijn dit allemaal signalen dat het niet helemaal lekker gaat. Op zich niks mis mee, maar als dit dagelijks aan de orde is dan kun je wel spreken van instabiliteit, of een wankel evenwicht. Je bent niet in balans.
In dit geval gebruiken we ook weleens de metafoor van “alle ballen hoog moeten houden”. Je hebt teveel op je bordje. Je MOET alle ballen hooghouden. Van wie moet dat? Doe je dat voor de ander? Om aan de ander’s verwachtingen te voldoen? Of leg je zelf de lat zo hoog? Zijn al die ballen die je hooghoudt wel van jou? Moet JIJ die ballen hooghouden? Is dat jouw taak? En wat als je een paar ballen laat vallen? Of allemaal? Wat gebeurt er dan? Vergaat de wereld dan?
Op een of andere manier maken we onszelf wijs dat we elk wankel evenwicht in stand moeten houden. Wat is dat toch?
Ontspan en laat het allemaal los. Gun jezelf rust. Maak ruimte. Kijk het aan. Vraag hulp om samen dingen te dragen. Jij hoeft niet alle ballen zelf hoog te houden.